Toelichting Daalderop CombinAir

De Daalderop CombinAir is een combiketel opgebouwd uit een Hoog Rendement ketel (24 kW voor verwarming) en een warmtepomp (2,5 kW voor verwarming). De warmtepomp voorziet in basisverwarming van het CV-water en wordt (indien nodig) ondersteund door de Hoog Rendement ketel. De bron van de warmtepomp is zowel buitenlucht als retourventilatielucht uit de woning. Het tapwatercomfort van de CombinAir is CW klasse 4 (32 kW).

Om het warmtepomp-systeem in de Daalderop CombinAir zowel in de praktijk als in de EPC-berekening optimaal te laten presteren dient rekening gehouden te worden met enkele verschillen ten opzichte van conventionele verwarmingssystemen. Hieronder worden deze verschillen toegelicht.

Verwarming

De Daalderop CombinAir kan op de volgende twee manieren aangesloten worden:

 

een-zone aansluiting twee-zone aansluiting
één-zone aansluiting

De hele woning wordt voorzien van vloerverwarming, de warmte is afkomstig van de warmtepomp. Indien de warmtepomp vermogen tekort komt wordt de CV-ketel ingeschakeld voor bijstook.

twee-zone aansluiting

De verdieping met de woonkamer wordt voorzien van vloerverwarming aangesloten op de warmtepomp. De overige verdiepingen in de woning worden verwarmd met radiatoren. De radiatoren worden rechtstreeks op het keteldeel aangesloten waardoor Hoge Temperatuur radiatoren toegepast kunnen worden.

 

Voor de grootste EPC reductie adviseert Daalderop u een één-zone aansluiting omdat de warmtepomp dan de hele woning voorziet van warmte.

Bij appartementen moet altijd voor volledige vloerverwarming gekozen worden omdat in de EPC per bouwlaag wordt gezoneerd.

Vloerverwarming

Om een hoog rendement te behalen stookt een warmtepomp lage temperaturen. De maximale aanvoertemperatuur bij toepassing van de CombinAir is 40°C (= Lage Temperatuur verwarming). Om een optimaal rendement te behalen adviseert Daalderop het CV-systeem te ontwerpen op een aanvoertemperatuur van maximaal 30°C. Bij lage temperaturen is een groot verwarmd oppervlak noodzakelijk waardoor vloer- en/of wandverwarming noodzakelijk is.

Bij toepassing van vloerverwarming is de vloerafwerking een aandachtspunt. Veelal wordt gedacht dat bij gebruik van vloerverwarming uitsluitend gebruik gemaakt kan worden van een steenachtige vloerafwerking. Alhoewel een steenachtige afwerking de beste warmte-afgifte geeft zijn houten en textiele vloerafwerkingen (zoals parket, kurk, bamboe, linoleum, tapijt) uitstekend mogelijk indien de Rc-waarde van de afwerking (inclusief onderlaag) ≤ 0,10 m²K/W is (indien de vloerverwarming als bijverwarming functioneert mag de Rc-waarde iets hoger zijn).

Regeling

De Daalderop CombinAir wordt altijd uitgevoerd met een weersafhankelijke regeling (WAR) met buitenvoeler. Deze regeling is noodzakelijk om de warmtepomp zo lang en effectief mogelijk in bedrijf te houden. Voor regeling van de ruimtetemperatuur dienen 24 [V] schakelende ruimtethermostaten toegepast te worden. Toepassing van OpenTherm ruimtethermostaten is niet mogelijk.

Bij toepassing van een twee-zone aansluiting kunnen op beide CV-circuits ruimtethermostaten aangesloten worden waardoor de zones individueel regelbaar zijn.

Voor gebruikers heeft vloerverwarming als belangrijkste consequentie dat zij geen nachtverlaging dienen toe te passen. De opwarmtijd van vloerverwarming is namelijk te lang om ’s ochtends binnen acceptabele tijd de temperatuur enkele graden te verhogen.

Warmtapwater

De comfortklasse voor warmtapwater van de CombinAir is CW 4. Dit betekent dat de CombinAir een uitstekend warmtapwatercomfort kan leveren in woningen met één badkamer met een douche en bad van maximaal 120 liter. In woningen met twee badkamers is aanvullend een laadboiler noodzakelijk. Deze laadboiler heeft geen invloed op de EPC-berekening.

Ventilatie

De Daalderop CombinAir maakt gebruik van de ventilatieretourlucht uit de woning om een goede prestatie te realiseren. Toepassing van gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning is in combinatie met de CombinAir niet mogelijk omdat de warmte uit de ventilatieretourlucht wordt gebruikt door de CombinAir. Toevoer van ventilatielucht via roosters in de gevel is daarom bij het CombinAir-concept een logische keuze. Voor het roostertype worden zelfregelende roosters vereist omdat het risico op tochtklachten bij deze roosters geringer is. Zorg bij het positioneren van de toevoerroosters dat deze zoveel mogelijk buiten de leefzone worden geplaatst.

Isolatie

Bij toepassing van Lage Temperatuursystemen (LT-systemen) worden de volgende minimale Rc-waarde geadviseerd:

• Begane grondvloer Rc ≥ 3,0 m²K/W
• Gevels Rc ≥ 3,5 m²K/W
• Daken Rc ≥ 4,0 m²K/W
• Beglazing Uglas ≤ 1,2 W/m²K (=HR++-glas bij een spouwbreedte ≥ 15 mm)

Bij LT-systemen is een goede thermische schil extra belangrijk omdat de reactietijd op wisselende buitentemperaturen lager ligt dan bij conventionele CV-systemen en omdat warmtepompsystemen een hoger rendement realiseren bij een lagere warmtebehoefte.

Geluid

De Daalderop CombinAir heeft een geluidsproductie van circa 45 dB(A). In de publicatie “Installatie-eisen nieuwbouw eengezinswoningen en appartementen” uitgegeven door GIW-ISSO worden maatregelen aanbevolen om bij een toestel met een geluidsproductie tussen de 40-50 dB(A) klachten te voorkomen. Het toestel is toepasbaar bij:
• opstelling in een kast met voldoende geluidsisolatie, b.v. gipsblokkenwanden met goed sluitende deur;
• of bij opstelling op een open zolder of overloop, waarbij alle kamers die aan die overloop grenzen goed sluitende deuren e.d. moeten hebben;
• dit geldt ook voor ruimten op een andere verdieping, als de overloop een open verbinding heeft (trap).

 

< Terug naar de berekening